Marrekrite

Kloetinge, 8 januari 2016.

Geachte heer XXXXX,

Ik las dat de Marrekrite problemen met de Autoriteit Consument en Markt bij het aanleggen van camperplaatsen wil voorkomen. Ik heb n.a.v. een eerdere brief contact gehad met de ACM.

De Autoriteit Consument en Markt schreef op 19 juni 2015 een brief naar de Vereniging Nederlandse gemeenten over het aanleggen van camperplaatsen door de gemeente. Naar aanleiding van deze brief heb ik de ACM een brief geschreven en daarna telefonisch contact gehad met een juriste van de Autoriteit. In dit gesprek kwamen zowel het standpunt van de ACM als het standpunt van ondergetekende ter sprake. De vertegenwoordiger van de ACM gaf aan dat zij mijn standpunt zouden meenemen in een heroverweging. Of zij deze heroverweging al hebben gedaan en afgerond is mij niet bekend.

Mijn visie op een verbod om camperplaatsen aan te leggen of parkeerplaatsen aan te leggen door gemeenten zijn de volgende.

Naar mijn mening is de scheiding tussen de overheidsactiviteiten en de martktactiviteiten een kunstmatige. Gemeenten worden geacht datgene te doen wat in het belang van hun inwoners is en hebben daar in artikel 108 van de Gemeentewet nadrukkelijk de bevoegdheid toe gekregen. Daarbij dient aangetekend te worden dat gemeenten geen bevoegdheid hebben waar het gaat om regulering van markt en economie.

Voor zover gemeenten recreatief overnachten op openbare parkeerplaatsen toestaan, een taak die gemeenten bij intrekking van de Wet op de Openluchtrecreatie) nadrukkelijk door de centrale overheid is toebedeeld, doen zij dat met andere motieven, zoals het stimuleren van de plaatselijke middenstand en in het verlengde daarvan de instandhouding van de leefbaarheid in kleine kernen. Daarnaast voorkomt het aanwijzen van parkeerplaatsen waar overnacht mag worden illegale situaties en overlast elders. In Kamerstuk 29829 staat over vrij kamperen onder andere: “Het vervallen van het verbod van artikel 15 tot het kamperen buiten kampeerterreinen, het zogeheten vrij kamperen, heeft tot gevolg dat het vrij kamperen zonder nadere voorziening door gemeenten in beginsel toelaatbaar is. Gemeenten, die nu geen enkele uitzondering op dit verbod toestaan en straks een dergelijk verbod willen handhaven zullen hiervoor in de nieuwe situatie juist een voorziening moeten treffen. Maar ook gemeenten die kamperen buiten kampeerterreinen onder voorwaarden willen toestaan zullen net als nu hiervoor een regeling moeten treffen. Uiteraard staat het hen vrij om na de intrekking van de WOR andere voorwaarden te stellen dan de voorwaarden die nu gelden op grond van de WOR. Met name voor het verbieden of reguleren van het kamperen buiten kampeerterreinen kan het dienstig zijn dit in een gemeentelijke verordening op te nemen. De VNG heeft aangegeven dat haar model APV hiervoor aanknopingspunten biedt”.  Hieruit blijkt duidelijk dat de gemeente deze bevoegdheid heeft, anders zou de Regering de beide Eerste en- Tweede Kamer der Staten-Generaal verkeerd hebben voorgelicht.

Een algeheel verbod op overnachten in een kampeerauto in strijd met artikel 2 van Protocol nr. 4 bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden ( EVRM ) en door artikel 12 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten ( IVBPR ).  Artikel 2 van Protocol 4 bij het Europees Verdrag EVRM bepaalt nadrukkelijk dat een ieder die zich legaal op het grondgebied van een deelnemende staat bevindt, daar vrijelijk zijn verblijfplaats moet kunnen kiezen. De uitoefening van deze rechten mag aan geen andere beperkingen worden gebonden dan die bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid of van de openbare veiligheid, voor de handhaving van de openbare orde, voor de voorkoming van strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of van de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. De keuze van de vrije verblijfplaats is dus een grondrecht.

Dat een kampeerauto een verblijfplaats is als bedoeld in het EVRM blijkt uit het volgende:

Zoekend in woordenboeken kom ik o.a. uit op huisvesting, onderkomen, verblijfplaats, woning etc. Ook blijkt uit de wetgeving dat een kampeerauto (kampeerauto) een verblijfplaats is in de zin van de wetgeving is. Dit blijkt uit o.a. uit de:

  1. Wet op het binnentreden: Volgens de Memorie van Antwoord bij de Wet op het Binnentreden is het principe van het huisrecht ‘dat de intieme sfeer van het wonen wordt beschermd.’ Ook een kampeerauto valt daaronder.
  2. Drinkwaterwet: artikel 4 lid 4 onder a ten tweede;
  3. Wet op de Motorrijtuigenbelasting 1994: artikel 23a;
  4. Regeling voertuigen: artikel 1.1 lid 2.
  5. de Algemene plaatselijke verordeningen waarin gesproken wordt over “recreatief nachtverblijf”.

Een inbreuk op dit artikel is toelaatbaar mits wordt voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 2, derde of vierde lid, van het vierde Protocol van het EVRM. De beperkingen moeten, op basis van artikel 2, derde lid, bij wet zijn voorzien, noodzakelijk zijn in een democratische samenleving in het belang van de nationale veiligheid of van de openbare veiligheid, voor de handhaving van de openbare orde, voor de voorkoming van strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of van de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen.

Het volledig verbieden van recreatief overnachten is dan ook in strijd met het Europees recht. Dat klemt meer, omdat de centrale overheid bij intrekking van de Wet op de Openluchtrecreatie maar één reden gehad kan hebben om deze bevoegdheid naar gemeenten over te dragen, namelijk om dit lokaal te kunnen regelen.

Naast het aanleggen van camperplaatsen kan ook het aanbieden van andere diensten (sanizuilen)  evengoed in het belang van de gemeentelijke huishouding zijn. Principieel is er geen enkel verschil tussen dit aanbod en het aanbod om woningen aan te sluiten op de gemeentelijke riolering. Dat de gemeente daar een kostenvergoeding voor vraagt is niet meer dan redelijk.

Daarnaast zijn de meester campings in de winter gesloten, terwijl mensen met een camper het gehele jaar op route zijn. Voor zover ze open zijn en campers toelaten (De Roompot campings in Zeeland laten ze niet meer toe i.v.m. de schade die ze aan hun terreinen toebrengen) is hun prijsstelling gebaseerd op een aanbod aan de consument waar de meeste camperraars geen of beperkt behoefte aan hebben. Dit lijkt sterk op gedwongen winkelnering en koppelverkoop.

Met vriendelijke groet,

M.Slingenberg

i.a.a. NKC / CCN /ACM

Share
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.