Open brief aan gemeente Leek

Burgemeester en Wethouders

Leden van de gemeenteraad.

 

Geachte dames en heren,

 

In het Dagblad van het Noorden leees ik dat Leek geen camperplaatsen mag aanleggen van de Recron. Dit omdat het in strijd zou zijn met de Wet markt en Overheid. Naar mijn mening als verwoed camperaar en voormalig politieman complete onzin.

De Recron vindt vaak dat campers niet vrij mogen staan. Dit zou ongewenst zijn omdat er kampeerterreinen zijn. Gemeenten zouden oneerlijke concurreren met campings. Naar mijn mening is het een gemeentelijke taak om plaatsen aan te wijzen, immers een gemeente wijst altijd parkeerplaatsen aan, verzorgt het groen, zorgt voor riolering etc. Ook vragen ik me af waaraan campings eigenlijk het alleenrecht ontlenen op het aanbieden van ruimte om te parkeren en dan in je auto te slapen? Parkeren is een aangelegenheid van de overheid en slapen is in Europa gelukkig nog steeds niet verboden.

Daarnaast is er sprake van een conflict tussen Europese mededingings wetgeving en de gemeentelijke autonomie om regels vast te stellen in de APV. Stel dat de gemeente in de APV geen bepaling zou hebben dat overnachten in de openbare ruimte in een kampeermiddel niet is toegestaan, dan hoeft er ook geen ontheffing van het verbod afgegeven te worden. Iedereen met een camper kan dan op elke willekeurige parkeerplek overnachten. In de visie van de ACM is de gemeente in feite gedwongen om een dergelijke verbodsregel op te nemen en  te handhaven.  Naar onze mening kan een gemeente niet gedwongen worden regels op te nemen in de APV. Immers de gemeente heeft de bevoegdheid (onder voorwaarden) regels vast te stellen, maar nooit de plicht hiertoe.

Ook lijkt de scheiding tussen marktactiviteiten en overheidsactiviteiten een kunstmatige. Gemeenten worden geacht datgene te doen wat in het belang van hun inwoners is en hebben daar in artikel 124 van de Gemeentewet nadrukkelijk de bevoegdheid voor gekregen. Als gemeenten dus recreatief overnachten op parkeerplaatsen niet verbieden of toestaan doen zij dat met andere motieven, zoals het stimuleren van de middenstand en in het verlengde daarvan de leefbaarheid van de kernen, voorkoming van misdrijven door meer sociale controle etc. Deze bevoegdheid is gemeenten uitdrukkelijk toebedeeld bij de intrekking van de Wet op de Openluchtrecreatie.

Daarnaast is de vraag of gemeenten die een volledig verbod instellen tot parkeren en overnachten hiertoe wel bevoegd zijn en de raadsleden niet handelen in strijd met de volgens de Gemeentwet afgelegde eed of belofte. Immers wanneer overnachten met een kampeerauto in de openbare ruimte wettelijk wordt verboden zal er vooraf een belangenafweging (proportionaliteit en subsidiariteit) moeten plaatsvinden. Op dit moment nemen de meerderheid van de gemeentes de artikelen uit de modelverordening over, zonder de vereiste afwegingen te maken of alternatieven te bieden. Het is bijzonder twijfelachtig of dit rechtmatig is en niet in strijd is met de wettelijke bepalingen.

Het parkeren van o.a. een camper geregeld in, bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994. Op grond van artikel 122 van de Gemeentewet is de gemeente niet bevoegd zaken te regelen die reeds door een wet, een algemene maatregel van bestuur of een provinciale verordening worden geregeld. De wegenverkeerswet zegt in artikel 2a dat: “provincies, gemeenten en waterschappen behouden hun bevoegdheid om bij verordening regels vast te stellen ten aanzien van het onderwerp waarin deze wet voorziet, voorzover die regels niet in strijd zijn met de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels en voorzover verkeerstekens krachtens deze wet zich daar niet toe lenen”. De gemeente heeft dan ook geen verordende bevoegdheid waar het het parkeren van kampeerauto’s betreft. De betreffende regels zijn op grond van artikel 122 Gemeentewet van rechtswege vervallen

Ten slotte bepaalt artikel 2 van Protocol 4 bij het Europees Verdrag van de Rechten voor de Mens (EVRM) nadrukkelijk dat een ieder die zich legaal op het grondgebied van een deelnemende staat bevindt, daar vrijelijk zijn verblijfplaats moet kunnen kiezen. De uitoefening van deze rechten mag aan geen andere beperkingen worden gebonden dan die bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid of van de openbare veiligheid, voor de handhaving van de openbare orde, voor de voorkoming van strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of van de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. De keuzen van de vrije verblijfplaats is dus een grondrecht. Is een kampeerauto een verblijfplaats als bedoeld in het EVRM? Zoekend in woordenboeken kom ik o.a. uit op huisvesting, onderkomen, verblijfplaats, woning etc. Ook blijkt uit wetgeving veelvuldig dat een camper (kampeerauto) een verblijfplaats is in de zin van de wetgeving is. Voor een nadere uitleg van dit begrip verwijs ik u kortheidshalve naar de brief die door de beheerder van www.campervisie.nl indertijd naar de Autoriteit consument en markt heeft gezonden.

 Gemeenten worden geacht datgene te doen wat in het belang van hun inwoners is en hebben daar in van de Gemeentewet nadrukkelijk de bevoegdheid voor gekregen. Nu uw gemeente het recreatief overnachten op parkeerplaatsen zou moeten verbieden van de Recron, zou u dat met andere motieven dan het belang van uw inwoners, met name de middenstand van Leek. De bevoegdheid tot het aanwijzen van camperplaatsen is gemeenten uitdrukkelijk toebedeeld bij de intrekking van de Wet op de Openluchtrecreatie. Naar mijn zijn camperplaatsen in het belang van de inwoners van Leek, immers het zorgt voor inkomsten.

Daarnaast is de vraag of de gemeenten die een volledig verbod instellen tot parkeren en overnachten hiertoe wel bevoegd zijn. Immers wanneer overnachten met een kampeerauto in de openbare ruimte wettelijk wordt verboden zal er vooraf een belangenafweging (proportionaliteit en subsidiariteit) moeten plaatsvinden. Op dit moment nemen de meerderheid van de gemeentes de artikelen uit de modelverordening over, zonder de vereiste afwegingen te maken of alternatieven te bieden. Het is bijzonder twijfelachtig of dit rechtmatig is en conform de afgelegde ambtseed of belofte van Raadsleden.

Daarnaast is parkeren van o.a. een camper geregeld in, bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994. Op grond van artikel 122 van de Gemeentewet is de gemeente niet bevoegd zaken te regelen die reeds door een wet, een algemene maatregel van bestuur of een provinciale verordening worden geregeld. De wegenverkeerswet zegt in artikel 2a dat: “provincies, gemeenten en waterschappen behouden hun bevoegdheid om bij verordening regels vast te stellen ten aanzien van het onderwerp waarin deze wet voorziet, voorzover die regels niet in strijd zijn met de bij of krachtens deze wet vastgestelde regels en voorzover verkeerstekens krachtens deze wet zich daar niet toe lenen”. De gemeente heeft dan ook geen kennelijk geen verordende bevoegdheid waar het het parkeren van kampeerauto’s betreft. De betreffende regels zijn op grond van artikel 122 Gemeentewet van rechtswege vervallen

Ten slotte bepaalt artikel 2 van Protocol 4 bij het Europees Verdrag van de Rechten voor de Mens (EVRM) nadrukkelijk dat een ieder die zich legaal op het grondgebied van een deelnemende staat bevindt, daar vrijelijk zijn verblijfplaats moet kunnen kiezen. De uitoefening van deze rechten mag aan geen andere beperkingen worden gebonden dan die bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid of van de openbare veiligheid, voor de handhaving van de openbare orde, voor de voorkoming van strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of van de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. De keuzen van de vrije verblijfplaats is dus een grondrecht.

Is een kampeerauto een verblijfplaats als bedoeld in het EVRM? Zoekend in woordenboeken kom ik o.a. uit op huisvesting, onderkomen, verblijfplaats, woning etc. Ook blijkt uit wetgeving veelvuldig dat een camper (kampeerauto) een verblijfplaats is in de zin van de wetgeving is. . Dit blijkt uit o.a. de:

  1. Wet op het binnentreden: Volgens de Memorie van Antwoord bij de Wet op het Binnentreden is het principe van het huisrecht ‘dat de intieme sfeer van het wonen wordt beschermd.’ Ook een kampeerauto valt daaronder.
  2. Drinkwaterwet: artikel 4 lid 4 onder a ten tweede;
  3. Wet op de Motorrijtuigenbelasting 1994: artikel 23a;
  4. Regeling voertuigen: artikel 1.1 lid 2.

Daarnaast wordt ook in de Algemene plaatselijke verordeningen gesproken over “recreatief nachtverblijf”.

Uit bovenstaande blijkt onomstotelijk dat een kampeerauto een verblijfplaats is in de zin van het EVRM en dus onder de bescherming van de internationale en nationale wetgeving valt.

De stelling dat een kampeerauto niet onder het begrip van artikel 2 bij Protocol 4 van EVRM lijkt niet houdbaar bij de rechter. De bewoner van de kampeerauto voert er zijn privé leven in, zoals ook artikel 8 van het EVRM aangeeft. Het openbaar gezag mag zich daar slechts in mengen voor zover dat noodzakelijk (pressing social need) is. Dit noodzakelijkheidsvereiste betekent volgens vaste jurisprudentie van het Europese Hof in dat de verbod moet worden gerechtvaardigd door een zwaarwegend maatschappelijk belang (pressing social need), en in overeenstemming moet zijn met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dit wil kort gezegd zeggen, dat het verbod in een juiste verhouding moet staan tot het nagestreefde doel (proportionaliteit), en dat het doel niet op een minder ingrijpende wijze bereikt kan worden (subsidiariteit).  Het EVRM geeft aan dat er vooraf een afweging moet plaatsvinden op de genoemde gronden. Ook de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geeft dat ook in zijn schrijven aan ondergetekende d.d. 8 mei 2013 aan.  In alle andere gevallen is de gemeente niet bevoegd de beperkingen aan burgers op te leggen.

Dat de veiligheid van de mensen die in een kampeerauto overnachten overal in een gemeente in het geding is meestal niet onderbouwd en zal ook voor uw gemeente lastig, zo niet onmogelijk zijn.  Er vinden jaarlijks miljoenen veilige overnachtingen in Europa plaats met kampeerauto’s buiten campings. De onveiligheid is daar zeker niet groter dan op een camping. In al de 17 jaren dat de opsteller met een kampeerauto rondtrekt, ‘heeft hij slechts één diefstal meegemaakt en dat was op een bewaakte camping. Wel is het voorstelbaar dat bijv. overnachten langs autosnelwegen en op sommige plaatsen de veiligheid kan aantasten. Op die plaatsen kan de overheid dan ook een verbod instellen. Als men overdag met een kampeerauto bijv. tot 23.00 uur mag parkeren, dan lijkt het er bijna op dat de overheid het slapen aan het verbieden is. Als voorbeeld kan dienen, overnachten langs het water is in een (beveiligde) kampeerauto verboden, maar er mag in hetzelfde gebied wel in een open boot aan een steiger overnacht worden. Dit duidt op een stuk rechtsongelijkheid en een vorm van discriminatie.

Natuurlijk is het nooit de bedoeling van een rechter of wie dan ook geweest is dat kampeerauto’s maar naar believen overal geplaatst kunnen worden en dat de overheid het plaatsen van kampeerauto’s in de openbare ruimte niet zou kunnen beperken. De beperkingen die de overheid eraan kan stellen worden aangegeven in het derde lid te weten: de beperkingen moeten noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid of van de openbare veiligheid, voor de handhaving van de openbare orde, voor de voorkoming van strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of van de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. De overheid behoort altijd de in het geding zijnde belangen (o.a. proportionaliteit en subsidiariteit) vooraf af te wegen.

In dit kader is ook het “arrest Spong van belang en levert bruikbare jurisprudentie op (uitspraak 10 september 2004; AR1937, gerechtshof Arnhem, 21-004299-03) over het al dan niet aanwijzen van geschikte plaatsen door de gemeenteraad.

Een kampeerauto heeft een groot aantal technische en wettelijke eisen, anders dan bijvoorbeeld caravans en tenten, waardoor de kampeerauto als kleine woning gezien kan worden. Dat deze beperkingen en de vereiste belangenafwegingen inhouden dat mensen in een kampeerauto’s alleen op campings mogen overnachten is in strijd met genoemde grondrechten. De overheid rekt dan de bepalingen en de in het geding zijnde belangen te ver op. De VNG in haar modelverordening daarom ook de mogelijkheid heeft opgenomen om kampeerautoplaatsen aan te wijzen. Ook de gronden om ontheffingen te weigeren geven een goede en behoorlijke belangenafweging aan. Wat dat betreft zitten de bepalingen van de modelverordening goed in elkaar. Hier uit zich de kritiek ook niet op, wel op de uitvoering die eraan gegeven wordt en de onterechte kritiek van de Recron.

Resumerend: Wanneer overnachten met een kampeerauto in de openbare ruimte wordt verboden zal er vooraf een belangenafweging (proportionaliteit en subsidiariteit) moeten plaatsvinden. Het volledig verbieden is in strijd met veel wettelijke bepalingen.

Hoogachtend,

Martin Slingenberg

 

 

 

Share
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie. Bookmark de permalink.