Geef kampeerautobezitters de ruimte waar zij wettelijk recht op hebben.

Geef kampeerautobezitters de ruimte waar zij wettelijk recht op hebben.

Steeds meer gemeenten hebben in het plaatselijke verordening artikelen opgenomen die het parkeren en het parkeren en overnachten in campers volledig verbieden. Om een (volledig) verbod op te nemen moet dit aan een aantal wettelijke vereisten voldoen, zoals het moeten de verboden aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit voldoen. De besluiten mogen onder andere niet onevenredig zijn tot het te dienen doel. De gemeenteraden moeten daarbij rekening houden met de belangen van de camperbezitter.

Voor het verbod om langer dan enkele dagen te parkeren, maken gemeenten gebruik van het begrip parkeerexces. Een exces is iets dat het aanvaardbare overschrijd. In iedere gemeenten zijn voldoende plaatsen waar geparkeerd kan worden zonder dat er sprake is van een parkeerexces.

Ook horen we dat gemeenten het parkeren en overnachten in een kampeerauto niet vrij mogen laten. Gemeente zouden geen kampeerautoplaatsen mogen aanleggen. In Kamerstuk 29829 staat over vrij kamperen onder andere: “Het vervallen van het verbod van artikel 15 tot het kamperen buiten kampeerterreinen, het zogeheten vrij kamperen, heeft tot gevolg dat het vrij kamperen zonder nadere voorziening door gemeenten in beginsel toelaatbaar is. Hieruit blijkt duidelijk dat de gemeente de bevoegdheid tot het aanwijzen van camperplaatsen heeft, anders zou de Regering de Eerste en- Tweede Kamer der Staten-Generaal verkeerd hebben voorgelicht.

Tenslotte is dit verbod in strijd met hogere wetgeving. Immer kunnen parkeerverboden geregeld worden op grond van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens. Maar ook is het verbod in strijd met Artikel 2 van Protocol nr. 4 bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden ( EVRM ) en door artikel 12 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten ( IVBPR ).  Artikel 2 van Protocol 4 bij het Europees Verdrag  EVRM bepaalt nadrukkelijk dat een ieder die zich legaal op het grondgebied van een deelnemende staat bevindt, daar vrijelijk zijn verblijfplaats moet kunnen kiezen. De uitoefening van deze rechten mag aan geen andere beperkingen worden gebonden dan die bij de wet zijn voorzien en in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid of van de openbare veiligheid, voor de handhaving van de openbare orde, voor de voorkoming van strafbare feiten, voor de bescherming van de gezondheid of van de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van anderen. De keuzen van de vrije verblijfplaats is dus een grondrecht.

Een uitvoerige toelichting vindt u op deze pagina.

Share