Brandveiligheid op campings en camperplaatsen
Voor campings en camperplaatsen gelden landelijke regels voor brandveiligheid. Deze staan in het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, meestal afgekort tot Bbgbop.
Het besluit dateert van 4 oktober 2017 en trad op 1 januari 2018 in werking. De regels gelden in heel Nederland. Gemeenten en veiligheidsregio’s mogen daarom niet zelf algemene afwijkende afstanden of andere brandveiligheidsregels vaststellen.
Voor welke plaatsen gelden deze regels?
Het Bbgbop geldt onder meer voor:
- campings;
- camperplaatsen;
- tentenkampen;
- jachthavens;
- evenemententerreinen;
- andere afgebakende terreinen met tijdelijke bouwsels.
In het besluit wordt een camper een kampeerauto genoemd. Een kampeerauto, caravan, tent of vouwwagen is een kampeermiddel, zolang het juridisch geen bouwwerk is.
Voor chalets, stacaravans en andere objecten die wel als bouwwerk worden beschouwd, kunnen daarnaast de regels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving gelden.
Landelijke regels: gemeenten mogen niet zomaar afwijken
De regels uit het Bbgbop gelden rechtstreeks in heel Nederland. Een gemeente of veiligheidsregio mag daarom niet in een eigen verordening bepalen dat op alle campings of camperplaatsen andere standaardafstanden gelden.
De wettelijke afstanden zijn gebaseerd op de tijd die nodig is om brandoverslag te voorkomen. Dit heet de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag, afgekort als WBDBO.
Alleen wanneer sprake is van bijzondere omstandigheden kan het bevoegd gezag in een concreet geval nadere voorwaarden stellen. Dat moet noodzakelijk zijn voor de brandveiligheid en deugdelijk worden gemotiveerd. Een gemeente mag dus niet zonder wettelijke reden eigen algemene afstandsregels bedenken.
Wat is een standplaats?
Een standplaats is het gedeelte van het terrein dat bestemd is voor één of meer kampeermiddelen en bijbehorende bouwsels.
Op een gewone camperplaats zal ieder afzonderlijk campervak meestal als een standplaats worden beschouwd. Bij een camping kan een standplaats bijvoorbeeld bestaan uit een caravan of camper met een voortent en eventueel een klein bijbehorend bouwsel.
Wat is een brandcompartiment?
Een brandcompartiment is een afgebakend gedeelte van het terrein waarbinnen een brand zich in het uiterste geval kan uitbreiden.
Volgens artikel 3.23 van het Bbgbop gelden de volgende grenzen:
- in één brandcompartiment mogen maximaal vier standplaatsen liggen;
- de totale gebruiksoppervlakte van de kampeermiddelen en bijbehorende bouwsels mag maximaal 1.000 m² zijn.
Het gaat dus niet alleen om de oppervlakte van de campers of caravans zelf, maar om de gebruiksoppervlakte van de standplaatsen en de daarbij behorende bouwsels binnen het brandcompartiment.
Minimaal 5 meter tussen brandcompartimenten
Tussen twee brandcompartimenten geldt een WBDBO van minimaal 30 minuten.
Aan deze eis wordt in ieder geval voldaan wanneer tussen de brandcompartimenten een vrije afstand van ten minste 5 meter aanwezig is.
Een andere oplossing is mogelijk wanneer met een berekening of een voldoende brandwerende constructie kan worden aangetoond dat eveneens een WBDBO van minimaal 30 minuten wordt bereikt.
Minimaal 3 meter tussen verschillende standplaatsen
Tussen een cluster kampeermiddelen op de ene standplaats en een cluster kampeermiddelen op een andere standplaats geldt een WBDBO van minimaal 20 minuten.
Aan deze eis wordt volgens artikel 3.25 van het Bbgbop voldaan wanneer de afstand tussen een bouwsel en een kampeermiddel op een andere standplaats minimaal 3 meter bedraagt.
In gewone taal betekent dit dat tussen de kampeermiddelen en bijbehorende bouwsels van verschillende standplaatsen in beginsel minimaal 3 meter vrije ruimte moet blijven.
Bij het meten moet niet alleen naar de camper of caravan worden gekeken. Ook een voortent, luifel of ander bijbehorend bouwsel kan bij de beoordeling van de afstand meetellen.
De tussenruimte moet vrij blijven
De ruimte van 3 of 5 meter moet vrij blijven van materialen die brandoverslag kunnen bevorderen.
Plaats daarom in deze vrije ruimte geen:
- schuurtjes;
- opslagboxen;
- houtstapels;
- afvalcontainers;
- tenten of partytenten;
- andere brandbare materialen.
Levende natuur en vervoermiddelen zijn in artikel 3.25 uitgezonderd. Dat betekent echter niet dat iedere opstelling automatisch veilig is. Voertuigen of begroeiing mogen bijvoorbeeld geen vluchtroute of toegang voor de brandweer blokkeren.
De regels kort samengevat
| Situatie | Landelijke eis |
|---|---|
| Aantal standplaatsen in één brandcompartiment | maximaal 4 |
| Totale gebruiksoppervlakte binnen het brandcompartiment | maximaal 1.000 m² |
| Tussen clusters op verschillende standplaatsen | minimaal 20 minuten WBDBO |
| Afstand waarmee aan die 20 minuten wordt voldaan | minimaal 3 meter |
| Tussen twee brandcompartimenten | minimaal 30 minuten WBDBO |
| Afstand waarmee aan die 30 minuten wordt voldaan | minimaal 5 meter |
De afstanden van 3 en 5 meter zijn praktische manieren om aan de wettelijke WBDBO-eisen te voldoen. Met een aantoonbaar gelijkwaardige brandwerende voorziening kan soms van de afstand worden afgeweken.
Voor tentenkampen gelden uitzonderingen
Een tentenkamp is volgens het Bbgbop een kampeerterrein of een gedeelte daarvan waar uitsluitend in kampeertenten wordt overnacht.
Voor tentenkampen gelden enkele uitzonderingen op de voorschriften over brandcompartimenten. Daarom kan niet zonder meer worden gesteld dat ieder tentenkamp altijd in vakken van maximaal 1.000 m² moet worden verdeeld.
Ook bij een tentenkamp moeten brandgevaar worden voorkomen, vluchtroutes bruikbaar blijven en hulpdiensten het terrein kunnen bereiken.
Bluswater en bereikbaarheid
Een niet-openbare plaats moet over een toereikende bluswatervoorziening beschikken, tenzij de aard, ligging of het gebruik van het terrein dit niet noodzakelijk maakt.
De bluswatervoorziening moet voor de brandweer onbeperkt toegankelijk zijn.
Wanneer een terrein groot is of moeilijk bereikbaar is, kunnen ook eisen gelden voor:
- een verbindingsweg vanaf de openbare weg;
- de breedte en draagkracht van de toegangsweg;
- een geschikte opstelplaats voor brandweervoertuigen;
- het snel kunnen openen van hekken en slagbomen.
Een slagboom, paal of toegangshek mag de komst van de brandweer niet vertragen.
Brandblussers
Op een plaats met een verblijfsruimte voor meer dan 50 personen moet een geschikte voorziening aanwezig zijn om een beginnende brand te bestrijden.
Ook in de directe omgeving van een toestel of installatie voor koken, bakken, braden of frituren moet een adequate brandblusvoorziening aanwezig zijn.
Voorgeschreven draagbare en verrijdbare blustoestellen en brandslangsystemen moeten ten minste eenmaal per twee jaar deskundig worden onderhouden en gecontroleerd.
Afhankelijk van de inrichting en risico’s kan het verstandig of noodzakelijk zijn om verspreid over een camping of camperplaats extra blusmiddelen aan te brengen.
Gasflessen en gasinstallaties
Gasinstallaties moeten veilig zijn aangelegd en worden gebruikt. Gasflessen moeten stabiel staan en mogen geen gevaar of belemmering vormen.
In een camper, caravan of ander kampeermiddel moet de ruimte waarin gasflessen voor gebruik staan opgesteld, zijn gescheiden van de verblijfsruimte en naar de buitenlucht zijn geventileerd.
Voor gezamenlijk opgestelde gasflessen geldt zonder aanvullende opslagvoorziening in beginsel een maximale totale waterinhoud van 125 liter. Voor een afzonderlijke opslag van gasflessen kunnen de voorschriften van PGS 15 gelden.
Open vuur, barbecue en vuurkorf
Het Bbgbop bevat geen algemeen landelijk verbod op barbecueën of het gebruiken van een vuurkorf. Wel bepaalt artikel 5.2 dat open vuur altijd veilig moet worden toegepast.
Bij de beoordeling spelen onder andere een rol:
- de afstand tot campers, caravans, tenten en voortenten;
- de aanwezigheid van droog gras, struiken en bomen;
- harde wind en langdurige droogte;
- de ondergrond;
- de aanwezigheid van geschikte blusmiddelen;
- de mogelijkheid om het vuur direct volledig te doven.
Op gedeelten waar een rook- of vuurverbod duidelijk is aangegeven, is open vuur niet toegestaan. Bij extreme droogte of gevaar voor natuurbrand kan het bevoegd gezag aanvullende voorschriften geven.
Een algemeen verbod op vuurkorven of barbecues moet daarom niet worden gepresenteerd als een landelijke regel uit het Bbgbop. Een verbod kan wel voortvloeien uit bijzondere omstandigheden of uit de voorwaarden van de camping of camperplaats.
Wanneer is een gebruiksmelding nodig?
Een gebruiksmelding bij de gemeente is onder meer verplicht wanneer:
- bedrijfsmatig of in het kader van verzorging aan meer dan 10 personen nachtverblijf wordt aangeboden in een verblijfsruimte;
- een verblijfsruimte is bestemd voor meer dan 150 personen tegelijk;
- verzorging wordt geboden aan meer dan 10 kinderen jonger dan 12 jaar;
- verzorging wordt geboden aan meer dan 10 personen met een lichamelijke of verstandelijke beperking;
- gebruik wordt gemaakt van een gelijkwaardige oplossing in plaats van een rechtstreeks voorschrift uit het besluit.
De melding moet in beginsel minimaal vier weken vóór de ingebruikname bij de gemeente worden ingediend.
Of een reguliere camping of camperplaats meldingsplichtig is, hangt af van de precieze inrichting en de aanwezige verblijfsruimten. De exploitant blijft echter ook zonder meldingsplicht verplicht om aan de rechtstreeks geldende brandveiligheidsvoorschriften te voldoen.
Wie is verantwoordelijk?
De eigenaar of exploitant van de camping of camperplaats is verantwoordelijk voor een brandveilige inrichting en een veilig gebruik van het terrein.
Kampeerders blijven daarnaast zelf verantwoordelijk voor het veilig gebruiken van:
- gasflessen en gasinstallaties;
- kooktoestellen;
- barbecues en vuurkorven;
- elektrische aansluitingen;
- verlengsnoeren en kabelhaspels;
- kachels en andere warmtebronnen.
Een toezichthouder van de gemeente of veiligheidsregio kan controleren of aan de landelijke regels wordt voldaan.
Let op bij gemeentelijke voorschriften
Een gemeente mag geen eigen algemene brandveiligheidsafstanden vaststellen die afwijken van het Bbgbop. Wanneer een gemeente, brandweer of veiligheidsregio toch een andere afstand verlangt, vraag dan:
- op welk wettelijk artikel die eis is gebaseerd;
- of het om een algemene regel of een voorwaarde voor één specifieke situatie gaat;
- welke bijzondere omstandigheden de afwijkende eis noodzakelijk maken;
- hoe de eis schriftelijk is gemotiveerd;
- of een gelijkwaardige oplossing mogelijk is.
Een advies of plaatselijke richtlijn is niet automatisch een wettelijk voorschrift.
Actuele regelgeving raadplegen
Gebruik altijd de actuele tekst van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. Het oorspronkelijke besluit dateert uit 2017, maar voor de toepassing moet worden uitgegaan van de geldende geconsolideerde wettekst.
De officiële actuele regeling is te vinden op:
https://wetten.overheid.nl/BWBR0040068/
Bij twijfel over een concrete inrichting of een bijzonder brandveiligheidsrisico is het verstandig om een deskundige te raadplegen. Daarbij blijven de landelijke voorschriften uit het Bbgbop het wettelijke uitgangspunt.

Camperpunt
Bruggink Campers en Caravans
Tweedehandscampers.nl
De Liefdesmakelaars
Petra Slingenberg Fotografie & Design.